Binnen Eemhart leren we elkaar steeds beter kennen. Gewoonlijk gaan in deze rubriek mensen met elkaar in gesprek, de één vanuit voorheen Sherpa, de ander vanuit voorheen Amerpoort. Maar wat als je met elkaar getrouwd bent en elkaar door en door kent?
Deze keer spreken we in Duo’s Cees en Marleen Wever. Cees is vrijwilliger bij het Digilab op Kijkoor, Marleen werkte bij Leren en Ontwikkelen bij oud-Amerpoort, maar zette zich naast haar werk ook in als vrijwilliger op diverse plekken en doet dat nu nog steeds. Welke ervaringen delen zij en wat brengt het vrijwilligerswerk hen?
Kunnen jullie iets over jezelf vertellen?
Cees: “Ik ben sinds december 2023 met pensioen. Na jaren in de grafische industrie en vijftien jaar in de ICT kwam ik in 2022 bij een informatieavond van Kijkoor terecht. Daar maakte Jeroen Arendsen me enthousiast over het Digilab. Ik zei: ‘Volgend jaar ga ik met pensioen, dan kijk ik wat ik kan betekenen.’ In april 2024 begon ik als vrijwilliger: eerst één ochtend, maar dat groeide al snel uit tot anderhalve dag. Op maandag help ik cliënten met VR-brillen, op woensdag met computers. De een leert foto’s bewerken, de ander doet spelletjes of zoekt muziek op, maar ook leer ik één deelnemer de computer opstarten. Het is dus op alle niveaus en heel breed. Mijn ICT-achtergrond helpt daarbij.”
Marleen: “Ik heb een onderwijsachtergrond en stond jarenlang voor de klas in Baarn. Daarnaast ben ik al veertig jaar vrijwilliger bij Blauwe Vogel ’74, een organisatie in Utrecht met dezelfde doelgroep als Eemhart. Die doelgroep trok me enorm, dus maakte ik de overstap naar het speciaal onderwijs, waar ik jongvolwassenen met een beperking begeleidde. Zo kwam ik in contact met Amerpoort en met Madeleine van Sloten, die me inspireerde met haar idee van ‘Leven Lang Leren’. In 2010 ben ik daar gaan werken als vakspecialist LeOn, leren en ontwikkelen voor VSO-schoolverlaters. Helaas werd deze groep opgeheven. Naast het werk was ik actief als vrijwilliger bij allerlei activiteiten, zoals Namen Noemen en het Fluor Café en Festival. Dat ben ik blijven doen. Het fijne aan vrijwilligerswerk is dat het niet vrijblijvend is, maar dat je wel kunt kiezen wat bij je past.”
Cees: “Via de vrijwilligersapp ‘Het Rooster’ kijken we steeds samen waar we tijd voor hebben en wat we leuk vinden om te doen.”
Wat vind je het mooiste aan vrijwilligerswerk?
Marleen: “Het mooiste vind ik om mensen te zien groeien. Als iemand iets leert waarvan werd gezegd dat het nooit zou lukken, is dat kicken. Je laat iemand zien: je mag zijn wie je bent, ik ben er voor je. Je geeft wat, maar je krijgt er zoveel meer voor terug. Niet in geld of cadeaus, maar in een glimlach of die trotse glundering als iemand zijn diploma laat zien. Dat is zoveel waard.”
Cees: “Ja, dat zag ik ook altijd bij haar. Haar enorme glimlach als ze thuiskwam. Kleine verhaaltjes wat voor iemand zó groot zijn, dat wilde ik zelf ook ervaren. En gebeurt nu. Dat iemand een klein stapje zet, iets zelf kan, daar word ik blij van. Iemand die met een VR-bril even in een andere wereld stapt. Het is laagdrempelig, maar zó waardevol.”
Marleen: “Voor ons lijken het kleine dingen, maar voor iemand die ineens zelf iets kan op een computer, betekent dat heel veel. Daar wil je toch bij helpen?”
Cees: “Om samen te zoeken naar wat wél kan en dat eigen te maken, dat zijn leuke dingen. Al is het soms lastig, want ik wil het liefst met iedereen aan de slag. Maar dat gaat niet altijd. Je moet leren ‘nee’ zeggen. Begeleiden is hard werken en daar heb ik veel respect voor.”
Heb je een moment of ervaring die je is bijgebleven?
Cees: “Ik blijf me steeds weer verbazen over wat er in mensen leeft. De één weet álles over de Oranjes: van hem leerde ik wie de eerste Nassau was. De ander heeft even tijd nodig om mijn naam te onthouden, maar roept die dan later vol blijdschap. Dat geeft zoveel terug. Het vertrouwen dat mensen in je hebben en wat ze met ons delen, vind ik echt bijzonder.”
Marleen: “Dat herken ik. Geen dag is hetzelfde. Je wordt telkens weer verrast en dat houdt het zo mooi. Het geeft ook een spiegel: het zet je aan het denken over wat echt belangrijk is.”
Cees: “In mijn werk had ik soms lastige klanten, maar hier niet. Sommige grapjes hoor je wel tweehonderd keer, maar de lol blijft.”
Marleen: “De band die je opbouwt is alles. Bij het Fluor Café kom ik oud-cursisten tegen die nog even hun hart willen luchten. Als is het vijf minuten, het feit dat je er bent, luistert en meedenkt is al genoeg. Laatst vertelde iemand dat ze in een moeilijk moment iets kon toepassen wat ze ooit bij mij in een cursus had geleerd. Dat maakte me zó trots. Alleen al door er te zijn of een blik te wisselen, kun je die veiligheid blijven bieden.”
Wat leren jullie van de mensen met wie jullie werken?
Cees lacht: “Van één cliënt leer ik dus geschiedenis, van een ander de voetbalstanden omdat hij groot Ajax-fan is. Maar vooral leer ik verwondering.”
Marleen knikt: “Ja, dat onbevooroordeeld kijken naar iets, dat is zó waardevol.”
Cees: “En het relativeert. Als je hoort hoe klein de wereld van sommige cliënten is, besef je pas hoe rijk je eigen leven eigenlijk is. Bovendien: het geeft plezier. Je leert elke dag opnieuw.”
Marleen: “Ik vind het mooi dat de mensen kunnen genieten van hele kleine dingen: een liedje opzetten of grapje maken geeft al veel betekenis.”
Cees: “Je leert eigenlijk teveel om op te noemen. En ik voel me hier veilig. Er is oog voor mij. Als er iets gebeurt, zijn de begeleiders er meteen. Ze zijn zuinig op vrijwilligers. Toen iemand laatst vroeg of ik uit de zorg kwam, vond ik dat eigenlijk het mooiste compliment.”
Wat brengt het vrijwilligerswerk jullie persoonlijk?
Cees: “Zóveel. En het mooie is: we kunnen het nu delen.”
Marleen glimlacht: “Ja, we praten er vaak over. Hoe we iets kunnen aanpakken of waar onze grenzen liggen. Wat doet de vrijwilliger en wat de professional? Dat is soms zoeken.”
Cees: “In mijn enthousiasme zeg ik soms te snel ‘ja’. Dan hebben we het er samen over: wat doe je wel en wat niet.”
Wat hopen jullie dat er in de toekomst verandert of juist hetzelfde blijft voor vrijwilligers?
Marleen: “Dat het grote aantal vrijwilligers, zo’n 1200 in totaal, behouden blijft. En dat we samen nog sterker worden voor bewoners en deelnemers.”
Cees: “Soms voelt het nog wat als eilandjes, ook in de oude organisaties.”
Marleen: “Ja, het zou mooi zijn als we meer inzicht krijgen in elkaars locaties en wat we daar kunnen betekenen. Dat we dat met elkaar delen. Zelf zou ik graag meer doen rond zelfstandig reizen met het ov. Dat geeft mensen zoveel vrijheid.”
Cees: “Als we elkaar beter weten te vinden, kun je ook makkelijker iets voor elkaar betekenen. En blijf ons vooral persoonlijk aanspreken, dat doet echt wat.”
Wat hopen jullie voor de toekomst van Eemhart?
Marleen: “Blijf oog houden voor elkaar. Zie de mens, luister naar bewoners, deelnemers en verwanten. Houd het niet te log en zorg dat de lijntjes kort blijven. En vergeet niet: vrijwilligers zijn onmisbaar, maar ze zet ze niet voor alles in.”
Cees: “Wees zuinig op de kennis van medewerkers. Ga niet bezuinigen op vakkrachten. Bij Kijkoor is het niveau heel hoog en juist die kennis is belangrijk voor deelnemers. Daar mag meer waardering voor zijn. En organiseer vaker informatieavonden of stages. Zo ben ik zelf ook blijven hangen.”