De afgelopen periode spraken we met diverse mensen over hoe het écht gaat binnen onze organisatie. Bijvoorbeeld tijdens een sessie met het directieteam over de cultuuromslag waarin we zitten. Daarin ging het niet alleen over plannen en structuren, maar juist over werken met elkaar én wat dagelijks wordt ervaren in het werk.
Wat naar voren kwam, was herkenbaar en tegelijk ook confronterend. We zijn nu Eemhart, wat betekent dat in de praktijk? We zitten nu in een fase waarin veel verandert. Een periode tussen wat was en wat komt, waarin het oude verdwijnt en het nieuwe nog niet helemaal zichtbaar is. En in deze fase zoeken we met elkaar naar wat kan en bij ons past.
Voor medewerkers kan dat betekenen dat dingen die eerst vanzelf gingen, nu meer afstemming vragen. Dat samenwerken met nieuwe collega’s tijd kost en werkprocessen nog niet altijd logisch aanvoelen. Tegelijkertijd zijn mensen soms moe van de fase hiervoor en gaat het werk gewoon door.
Soms ontstaat ook het gevoel dat we ‘weer door kunnen’, omdat we inmiddels met dezelfde systemen of oplossingen werken. Tegelijk weten we dat het echte werk daarachter nog tijd vraagt: niet alleen de systemen of oplossingen moeten worden samengebracht, maar ook verschillende manieren van werken, de processen. Juist het op elkaar afstemmen en wennen aan die nieuwe werkwijzen kost tijd en energie. Dat is minder zichtbaar als bijvoorbeeld het werken met een ander softwareprogramma, maar minstens zo belangrijk.
Ook voor bewoners, deelnemers en hun verwanten kan dit merkbaar zijn. Dan verandert een begeleider, een team of de manier waarop dingen georganiseerd zijn. Afspraken kunnen anders lopen dan gewend of moeten opnieuw worden afgestemd. Dat kan vragen oproepen of onzekerheid geven, juist als stabiliteit en vertrouwen zo belangrijk zijn.
Het is een periode die we niet altijd zo benoemen en niet zo bekend is, terwijl die wel veel impact heeft. Verschillen in werkwijze en verwachtingen worden zichtbaarder. Waar we dachten dat we op één lijn zaten, blijkt dat in de praktijk soms anders te liggen. Daarmee raken we ook aan iets essentieels: vertrouwen. Vertrouwen in jezelf, in elkaar en de samenwerking, maar ook in hoe het geheel werkt. Juist omdat de voorspelbaarheid en duidelijkheid in ons werk nu minder zijn, vraagt dat iets van ons allemaal.
We zien dit terug op diverse plekken, waar mensen opnieuw zoeken naar hun rol en plek. Dat kan spanning geven, soms ongemak. Juist daarom vinden we het belangrijk om eerlijk te blijven over de fase waarin we nu zitten: we zijn er nog niet. En dat hoeft ook niet.
Deze fase vraagt dat we blijven kijken en luisteren, niet te snel conclusies trekken en het gesprek blijven voeren. Ook als dat schuurt.
Het vraagt ook van ons dat we extra alert moeten zijn op duidelijkheid en voorspelbaarheid, voor de mensen voor wie we er zijn en hun verwanten. Juist wanneer er intern veel verandert, is het belangrijk dat zij kunnen blijven rekenen op goede zorg, heldere afspraken en zoveel mogelijk vertrouwde gezichten. Dat vraagt aandacht en zorgvuldigheid in hoe we dit met elkaar organiseren en blijven communiceren.
Tegelijkertijd zien we dat het benoemen en meer structuur daarbij helpt: duidelijkere processen, heldere afspraken en elkaar makkelijker weten te vinden. Niet om alles vast te zetten, maar om rust en overzicht te creëren. Het helpt om ervaringen te delen, begrip te krijgen voor elkaars situatie en samen te zoeken naar wat werkt.
Daar ligt ook een belangrijke opdracht voor ons als organisatie. Om die verbinding actief te blijven maken. Tussen teams, tussen zorg en ondersteuning en met bewoners, deelnemers, verwanten en vrijwilligers. Want juist in die verbinding ontstaat ruimte om verder te bouwen naar de toekomst.
Misschien is dit nog geen fase waarin alles vanzelf gaat. Het is wél een fase waarin we bewegen naar iets nieuws. Waarin we leren, aanpassen en stap voor stap verder komen. Als we elkaar blijven opzoeken, blijven benoemen wat we zien en samen blijven werken aan vertrouwen, ontstaat er beweging. Niet in één keer perfect, wel in de goede richting.
Juist dat maakt dat we blijven bouwen aan een organisatie waar mensen zich gezien voelen en medewerkers met betrokkenheid en deskundigheid hun werk doen, ook in deze fase tussen wat was en wat komt.