Dennis woont op Oude Grachtje in Soest en is lid van de centrale cliëntenraad (CCR-C) van Eemhart. In die rol hoorde hij als een van de eersten over Triple-C. Nu, enige tijd later, merkt hij elke dag het verschil. "Vroeger stond alles op de automatische piloot. Nu kijken we samen: wat kan ik zelf en waar heb ik hulp bij nodig?"
Oude Grachtje in Soest is een van de mooiste locaties van de organisatie, vindt Dennis. Hier wonen 19 mensen met een licht verstandelijke beperking, verspreid over verschillende woningen in twee woonblokken van 3 verdiepingen. Cliënten wonen tussen andere huurders. Dennis woont er al zo'n 15 jaar. Naast zijn drukke leven, hij werkt bij een verhuisbedrijf en gaat drie tot vier keer per week naar de sportschool, zit hij zowel in de lokale cliëntenraad als de centrale cliëntenraad. "Daar hoor je alles als eerste," vertelt hij. "Ik doe het om op te komen voor de rechten van de cliënt. Alles over juridische dingen vind ik wel leuk, zoals de regels en de wetten die er zijn."
Eerst veel informatie, nu een duidelijke werkwijze
In zijn rol als CCR-lid maakte Dennis de fusie van dichtbij mee en hoorde hij voor het eerst over Triple-C. "Volgens mij was dat in een van de vergaderingen van de CCR," herinnert hij zich. Die eerste bijeenkomsten waren pittig. "Er kwam van alles op de tafel. Best wel veel informatie, dan ben je hartstikke moe ’s avonds na zo’n vergadering." Nu, enige tijd later, is hij gewend aan de nieuwe werkwijze. "Nu weet ik precies waar het om gaat. En dan kom ik ook steeds meer op voor mijn mening."
Vanuit de praktijk weet Dennis wat Triple-C is en hoe het werkt: "Triple-C is gewoon oplossen: hoe kan ik het zelf doen? Of samen doen? Wat helpt mij? Of heb ik daarbij ondersteuning nodig?”
Van automatische piloot naar samen kijken
Het verschil met vroeger is groot, legt Dennis uit. "Vroeger ging alles op de automatische piloot. We zaten met begeleiding en dan zeiden ze: 'Je hebt daar hulp bij nodig, oké, dat gaan we doen.' En dan ging het gewoon zo door." Nu gaat het anders. "We kijken veel meer samen: wat kan ik al? En hoe gaat dat? En als dat dan nog niet gaat, dan kijken we naar een andere oplossing." Die andere oplossing kan bijvoorbeeld zijn dat een begeleider meegaat, maar pas nadat eerst alle andere mogelijkheden zijn bekeken.
Dennis geeft een voorbeeld als iemand het spannend vindt om met de bus te gaan:
“Dat kan je vertellen aan je begeleider en dan overleggen: wat kun je samen doen? Wat vind je eng? Waar loop je tegenaan? Wat kun je zelf en wat heb je nodig van de begeleider?
Zo kreeg hij zelf laatst een uitnodiging voor een bijeenkomst op een locatie die hij niet kende. "Ik had drempelvrees. Wat hebben we toen gedaan met de begeleiding? Eerst van tevoren gesproken. En toen daar heen."
Praktische hulpmiddelen die werken
In zijn huis laat Dennis de hulpmiddelen zien die hij samen met zijn begeleider heeft ontwikkeld zodat hij zoveel mogelijk zelf kan doen. Op de keukentafel ligt een dagindeling: een schema dat hem helpt als zijn hoofd te vol wordt. "Als ik dan veel dingen heb, een te vol hoofd en ik weet het even niet meer, dan helpt deze dagindeling mij om weer verder te gaan.”
Ook heeft hij gedachtenkaartjes in zijn portemonnee zitten. "Als ik dan in de winkel loop en ik zie slechte dingen, zoals chips, dan heb ik deze. Dan moet ik daar aan denken." Op een kaartje staat: 'Groente is gezonder'. "Dan denk aan het gespreken dat niet heel veel slechte dingen moet halen."
Als het te druk wordt met alle prikkels, bijvoorbeeld in de gezamenlijke huiskamer, legt hij een kaartje voor zich neer waardoor hij denkt aan een denkbeeldig scherm om zich heen. Dan kan hij zich meer focussen op de ander. "Iedereen praat daar en wij zitten hier. Dan zie ik alleen jou door dat scherm. Dat heb ik wel geoefend hoor."
Niet iedereen doet het al
Dennis merkt wel dat niet alle begeleiders even ver zijn met Triple-C. "Mijn persoonlijke begeleider deed het wel. En andere begeleiders ook. Maar sommigen staan dan op de automatische piloot: ‘Oh, die krijgt dat. Zo laat moet ik dat doen’ en kijken niet naar wat jij wil of nodig hebt." Dat vindt hij belangrijk om te benoemen. "Dat is heel belangrijk, dat begeleiders goed weten hoe we daarmee werken. En dat het overgaat naar de cliënt."
“Sommige begeleiders doen met hun sleutels mijn voordeur open, maar dat wil ik niet. Dit is mijn huis. Aanbellen vind ik veel fijner. Dat zeg ik dan ook tegen ze.” Lachend: “Dat mogen ze alleen als het echt hard regent.”
Het verschil is duidelijk merkbaar, vertelt hij. "Vroeger ging het gewoon zo. Nu vragen ze veel meer: hoe gaat dat? En kan er nog wat anders? Veel meer samen doen en samen kijken." Die andere manier van werken maakt hem blijer. "Dan voel je je ook een fijner mens. Ik voel me beter."
Zijn boodschap aan anderen
Wat zou Dennis willen zeggen tegen mensen die nog nooit van Triple-C hebben gehoord? "Ik vertel dan gewoon mijn ervaring. Hoe we te werk gingen, wat voor mij handig was." Hij gebruikt vaak het voorbeeld van de bus. "Dat geef ik dus door. Iedereen is een beetje anders, maar dan vertel ik wat voor mij handig was."
En als collega-bewoners of begeleiders meer willen weten, dan verwijst hij ze door naar een manager. Maar zijn eigen ervaring deelt hij graag. Want daar is hij duidelijk over: "Ik vind het juist goed dat er Triple-C bij Eemhart is. En ik vind het heel belangrijk dat iedereen weet hoe we daarmee werken. Dan kunnen we kijken: waarom kan de buurman dat wel en ik niet? En dan kijken we gewoon: wat kan ik dan niet en hoe kan ik dat het beste doen? Dat begeleiders niet automatisch dingen voor mij doen, maar samen met mij overleggen wat ik zelf kan.” En dat is precies waar Triple-C voor staat.
Samen met de begeleider heeft Dennis een plaatje gemaakt hoe hij het beste zijn bord kan indelen, zodat hij gezonder en gevarieerder eet: