Meer dan een spreekuur: De kunst van het goede doen

Huisarts Mirjam Kroon schrijft over haar werk

Datum
Categorieën
Kennis en expertise

Met spoed word ik uit mijn spreekuur geroepen omdat Sam in de badkamer ineen is gezakt. Sam is een 66-jarige, kwetsbare, rolstoelgebonden man met een ernstige verstandelijke beperking. De verpleegkundige informeert mij bezorgd dat hij niet aanspreekbaar is en dat de bloeddruk niet te meten is. Ik ben opgelucht dat ik een niet-reanimerenbeleid zie staan, maar baal er tegelijkertijd van dat ik er nog niet aan toe ben gekomen om verdere behandelwensen te bespreken. 

Voordat ik de ambulance bel, besluit ik eerst zijn broer te bellen: ‘moeten we Sam wel insturen?’. Mijn hoofd tolt. “Wat heeft deze man? Hoe komt deze man eruit als ik hem naar het ziekenhuis stuur?” Een begeleider vertelt dat hij eerder zeer angstig is geweest tijdens een ziekenhuisopname, en ik vraag mij af of hij een opname wel aankan. De broer vertelt mij dat hij vooral het ‘beste voor Sam wil’, maar dat we wel moeten doen wat nodig is. Omdat ik echt niet kan zeggen wat er aan de hand is en de klok tikt, besluit ik de ambulance te bellen voor een spoedrit. Terwijl ik het ziekenhuis wil bellen om door te geven dat deze man eraan komt, trekt Sam zelf de deken over zijn hoofd en rukt hij resoluut het zuurstofkapje van zijn gezicht af. Collectief klinkt een zucht van opluchting door de badkamer. Hij is er weer! 

Het acute gevaar is geweken en ik bespreek met zijn broer dat ik denk dat een ziekenhuisopname in deze nieuwe, herstellende situatie wellicht toch niet wenselijk is. Door hem niet in te sturen lopen we het risico dat hij weer achteruitgaat, zelfs het risico op overlijden, en dat we nooit zullen weten wat er aan de hand is. Toch neem ik met instemming van zijn broer dat risico, omdat we nu iets rustiger kunnen spreken en ik hoor dat zijn overleden moeder voor hem nooit een ‘lijdensweg’ had gewild. Ik neem het risico niet voor mijzelf, niet om kosten te besparen, maar voor Sam, omdat ik denk dat dit nu het beste voor hem is. Toch schieten de twijfels door mijn hoofd. “Wie ben ik om voor Sam te besluiten dat dit het beste is? Weet ik wel zeker dat dit het beste is? Sam heeft ook recht op een behandeling, maar hoeveel leed zou hem dat kosten?” Het vervolg is dat Sam de rest van de ochtend slaapt en na de lunch vrolijk zijn bordje naar de keuken brengt. 

Hoe vaak durven wij artsen risico’s te nemen? Wat kost het de samenleving en de patiënt als we die risico’s wel of niet nemen? Deze keer pakte het goed uit en heb ik vermoedelijk het goede gedaan. Wat als het besluit niet juist was gebleken? Ook dat had ik moeten dragen, want dat is mijn last als arts. Ik heb een eed afgelegd om niet te schaden en ben dankbaar dat ik vandaag vermoedelijk juist dat heb gedaan: niet schaden, maar het goede doen. 

Mirjam Kroon  
Huisarts bij Gezondheidscentrum Zandheuvelweg Eemhart 

Praten over ziek zijn en doodgaan 

Hoe ga je het gesprek aan met je naasten en cliënten over wensen in het leven, over ziek zijn, de fase voor het overlijden en de dood? En zijn we voorbereid op deze gesprekken en op een andere zorgvraag van onze naasten en cliënten?  

Alles wat je doet voor dit onderwerp heet proactieve zorgplanning: vooruit denken, plannen en organiseren van goede zorg. Vaak in de laatste levensjaren maar ook daarvoor.  

Het is altijd belangrijk om tijdig te weten wat iemand wel of niet wil zodat we goede en passende zorg kunnen bieden.  Hiervoor heeft de projectgroep proactieve zorgplanning met subsidie van ZonMw diverse middelen ontwikkeld: gesprekskaarten, folders en een werkwijzer met handige links en uitleg voor begeleidere en behandelaren bij het voeren van gesprekken over de wensen in de laatste levensfase. 

De gesprekkaarten zijn, alleen per 2 doosjes, te bestellen via rouwenverlies@eemhart.nl

De kosten zijn € 30,- voor 2 doosjes met gesprekskaarten inclusief verzenden.