2.4. Versterken van het netwerk van de cliënt

Netwerk

We vinden het belangrijk om de zorg rondom de cliënt met elkaar vorm te geven. Dit sluit ook aan bij Triple-C. We doen dit door medezeggenschap en inspraak dicht bij de cliënt te organiseren, maar we vinden het ook belangrijk om het hele netwerk van de cliënt te betrekken bij de zorg. 

In 2025 hebben we als organisatie samengewerkt met de VGU aan het team van de toekomst. En we hebben de lopende initiatieven op dit onderwerp van Amerpoort en Sherpa samengevoegd. Er zijn op lokaal niveau voorbeelden waarin we samenwerken, maar dat lukt nog niet overal. 

Het lukt nog niet overal, en het is mede complex omdat netwerken van cliënten erg verschillen. Er zijn cliënten met een groot en betrokken netwerk. Dit zien we bijvoorbeeld regelmatig bij de doelgroep ‘kind en jeugd’. Hier vraagt samenwerken o.a. een goeie afstemming en verbinding. 

We zien echter ook veel cliënten met een klein netwerk, een minder betrokken netwerk, of geen netwerk. Deze zijn kwetsbaar, en dit vraagt iets anders van ons als organisatie. Het verhaal van de ouders van Marjolein is hier een voorbeeld van (zie onderstaand fragment). Bij cliënten met een klein netwerk moeten we met de cliënt werken aan het versterken of uitbreiden van het netwerk. 

Een leven lang zorgen en dan loslaten

Marjolein Schoen woont inmiddels al tientallen jaren bij Eemhart. Toch zijn haar ouders nog altijd nauw betrokken bij haar dagelijks leven. Marjoleins ouders maken zich zorgen over de toekomst: “Ik maak me echt grote zorgen over wie straks de zorgtaak op zich neemt.” 

Die zorgen gaan niet alleen over medische zorg of begeleiding, maar juist over het alledaagse: aandacht, signaleren, iemand die echt kijkt. “Ik hou nog steeds in de gaten hoe het met haar gaat. Zelfs haar ondergoed, dat soort dingen. Dat lijkt klein, maar het zegt alles.” 

Die betrokkenheid is niet vanzelfsprekend. Het vraagt inzet, ook nu hun energie minder wordt. Marjoleins vader (80 jaar) kreeg meerdere herseninfarcten en haar moeder (77 jaar) merkt ook dat ze niet meer alles kan. “Ik ben een beetje op,” zegt ze eerlijk. 

“Nu kan ik nog in de gaten houden of alles goed gaat, maar als mij iets overkomt, wie doet dat dan?” De onzekerheid over de voortgang van zorg is groot, zeker nu het netwerk kleiner wordt en familieleden ouder worden of wegvallen. 

Onverwachte hulp als groots geschenk

Gelukkig kwam er onverwacht hulp uit een bijzondere hoek. Een voormalig begeleider van Marjolein bood aan haar mentor te worden. “Dat was een geschenk uit de hemel,” zegt haar moeder. “Hij zei: ‘ik heb er lang over nagedacht, maar ik wil graag het mentorschap op me nemen als jullie er niet meer zijn’. Hoe kun je iemand ooit genoeg bedanken voor zoiets?” Die stap betekent veel. Niet alleen praktisch, maar ook emotioneel.

“De zorg blijft, ook als wij er niet meer zijn. Het geeft nog geen rust, want je weet niet of alles goed geregeld blijft.”

Meneer en mevrouw Schoen, ouders van Marjolein