3.2. PNIL-inzet

Het tekort aan (vast) personeel is een grote uitdaging in de zorg. Ook voor ons. In 2025 is deze uitdaging zichtbaarder geworden in de praktijk. 

Vanwege wet- en regelgeving, en kosten willen we de PNIL-inzet (personeel in loondienst) verlagen. Vanuit financieel perspectief is dat een logische keuze, maar we hebben daarom ook afscheid moeten nemen van veel ZZP’ers die al lang verbonden waren aan locaties. 

Op sommige plekken is dit een groot probleem. We zien dat vooral bij locaties waar cliënten met een intensieve zorgvraag wonen. 

Het lukt ons nog niet goed om de ZZP’ers te vervangen door vaste medewerkers. We zien daarom een verschuiving van PNIL naar uitzendkrachten. Dit lijkt een tijdelijke oplossing, maar uitzendkrachten zijn er ook niet genoeg. Zeker niet voor complexe doelgroepen.

“Afgelopen jaren heb ik maar een paar sollicitanten gehad, allemaal zij-instromers. Als ze dan starten, is het nog maar de vraag of ze niet in hun proeftijd afhaken: omdat de doelgroep heftig is, maar ook omdat het lastig is om in te stromen op een groep die voor een groot deel uit ZZP’ers bestaat. 

We snappen allemaal dat er wat moet gebeuren. Nieuwe mensen zorgen voor onrust, zowel voor cliënten als voor medewerkers. Voor de cliënten wil je stabiliteit, vaste en bekende gezichten. Het is voor hen heel lastig omdat ze vaak al te maken hebben met hechtingsproblematiek. Ze vragen zich bij elk nieuw gezicht af: ‘Ben je te vertrouwen, ben je veilig?’. Die stabiliteit wil je ook voor medewerkers. Bij elke nieuwe medewerker of ZZP’er die ingewerkt moet worden en je voor de zoveelste keer dingen uitlegt, blijft het altijd de vraag: hoe lang blijft deze nieuwe kracht?” 

Manager en gedragsdeskundige, EVB(+)

 

 

De inzet van veel invalkrachten op een groep heeft gevolgen voor de kwaliteit van zorg. Er zijn veel wisselende gezichten en mensen hebben minder cliëntgebonden kennis.

Vorig jaar is er onverwacht een aantal mensen uit het team uitgevallen. Ik werkte toen alleen nog maar met invallers: flexers en uitzendkrachten. Cliënten zagen in die periode iedere dag andere gezichten. Dat zijn mensen die hen niet begrijpen wanneer ze een bepaald geluid maken. Ze kennen de cliënten niet en dat merk je aan de kinderen: ze waren onrustig en druk. 

Begeleider, Jeugd & Gezin

 

Invalkrachten zijn niet altijd op de hoogte van gemaakte afspraken. En het is minder duidelijk wie wat doet.

 

 

"Ik krijg één keer in de week huishoudelijke hulp van Eemhart. De begeleiding heeft tegen mij gezegd dat zij tijd hebben voor één keer extra stofzuigen per week. Er zijn veel wisselende begeleiders die niet van die afspraak weten. En als er iemand ziek is, dan is er geen vervanging. Ik weet niet waar ik aan toe ben. Sommige dingen kan ik niet zelf, dan heb ik te veel pijn. 

Er waren altijd vierman gesprekken. Daar besprak je dingen waar je zelf niet uitkomt, zoals het schilderen van je huis of het leggen van een nieuwe vloer. Die zijn tijdelijk komen te vervallen vanwege uitval. Begeleiders hebben weinig tijd. Je moet dan dus zelf veel regelen. Ik word daar onrustig van. Dat vind ik lastig. De rollen zijn ook niet duidelijk: wat doet begeleiding, wat doe ik en wat doet mijn verwant?"

Cliënt, LVB

Op sommige locaties raakt het aan basiszorg. Bijvoorbeeld scheren of tandenpoetsen, dat vindt niet iedereen leuk, maar dat is wel basiszorg. Dat moet gewoon gegeven worden.

Begeleider, LVB

Er is niet een duidelijke maatregel die dit probleem oplost. Er zijn een aantal projecten die hier naar verwachting positief aan bijdragen. We zetten in op Kanslijn 5, waarbij we de samenwerking met het netwerk van de cliënt versterken. We gaan aansluiten bij het landelijke project ‘Het Potentieel Pakken’. We zijn bezig met het opstarten van een leiderschapsprogramma. Er is een nieuwe arbeidsmarktstrategie opgestart. Tot slot vraagt het ons ook om een duidelijk zorgportfolio: wat doen we wel en wat doen we niet? Ook hier gaan we in 2026 verder mee aan de slag.