Een krachtig netwerk begint klein en dichtbij

Datum
Categorieën
Eemhart algemeen, Vrijwilligers

Een kop koffie drinken in het buurthuis. Samen spelletjes doen. Een middag midgetgolfen of een zomerfeest organiseren. Bij de Prinses Margrietstraat in Utrecht gebeurt het allemaal. Niet omdat er een groot plan achter zat, maar omdat medewerkers goed luisterden naar wat bewoners wilden. En vervolgens gewoon begonnen. Begeleiders Martha en Francine vertellen over hoe dit netwerk vorm kreeg. 

“Eigenlijk is het ontstaan vanuit de bewonersvraag,” vertelt Martha. “Bewoners waren in de coronatijd gewoon toe aan iets leuks. Ze wilden een verzetje, gezelligheid, muziek, kletsen en nieuwe mensen leren kennen. Vanuit daar werden de ideeën steeds groter.”

Wat klein begon, groeide uit tot een krachtig netwerk van buurtbewoners, vrijwilligers, bedrijven en organisaties. En dat levert veel op. Voor bewoners en medewerkers, maar ook voor de mensen die bijdragen.

Begin bij wat bewoners willen

Voor Martha en Francine is één ding duidelijk: het begint bij wat bewoners graag willen. “De bewoners geven aan wat ze graag willen,” zegt Martha. “Het heeft geen zin om zelf iets te bedenken terwijl daar geen behoefte aan is.” Dat zie je bijvoorbeeld bij het zomerfeest. Bewoners deden volop mee en nodigden ook meer mensen uit, waardoor het netwerk verder groeide. “Daar bloeien ze van op,” vertelt Martha. Ook bewoners die normaal minder betrokken zijn, doen mee. “Al help je maar één bewoner zo uit zijn schulp te krijgen. Dat geeft een boost.”
Voor Martha is dat uiteindelijk de grootste winst: “Wat ik vooral mooi vind om te zien, is dat de kwaliteit van leven een upgrade heeft gekregen.”

Kijk om je heen

Een netwerk opbouwen begint vaak verrassend dichtbij. Bij de Prinses Margrietstraat was er al jarenlang contact met het buurthuis in de buurt. Bewoners kwamen daar jaren om soep te eten. Toch ontstond de echte samenwerking pas toen Martha besloot eens mee te gaan. “Ik dacht op een gegeven moment: ik ga eens mee koffiedrinken,” vertelt ze. “Dat vonden de mensen daar enorm leuk, dat ze er een gezicht bij zagen. En zo heb ik ook vrijwilligers betrokken bij ons.” Inmiddels kunnen bewoners daar één keer in de twee weken eten.

“Je moet zelf actief iets doen,” zegt Martha. “Doordat je een bekend gezicht wordt, ga je meer contacten aan.” Ook bedrijven en organisaties werden actief opgezocht. Via onder andere de Utrechtse Vrijwilligerscentrale, NLdoet en het initiatief de Beursvloer kwamen nieuwe contacten tot stand. “Je moet wel een beetje creatief zijn,” zegt Martha. “En je moet het wel menen.”

Het moet van twee kanten komen

Een samenwerking werkt pas echt als beide kanten er iets aan hebben. “Voor organisaties zijn het klussen en maatschappelijke inzet. Voor ons is het belangrijk dat bewoners een leuke dag hebben,” vertelt Francine. “Wij bieden bijvoorbeeld koffie met iets lekkers aan. Je moet realistische doelen maken en het efficiënt houden.” Ook een warm welkom maakt verschil. “Je kunt beter samen kijken: hoe zouden jullie het willen en hoe gaat het lopen?” 

Dat enthousiasme moet er volgens Martha ook binnen het team zijn. “Als je als medewerker er zelf niet achter staat, dan werkt het niet. En ook willen mensen die komen helpen zich welkom voelen.” 

Een netwerk kost tijd, maar levert meer op

Een netwerk opbouwen vraagt in het begin tijd. Contacten leggen, afspraken maken en activiteiten organiseren: het komt er allemaal bij. Binnen het team wordt daarom regelmatig besproken wat er speelt en nemen collega’s taken van elkaar over.
“Door de vrijwilligers hebben we nu tijd voor taken waar we gewoonlijk niet aan toekomen,” zegt Martha. “Dat is voor ons een zegen!” Vrijwilligers doen activiteiten met bewoners, waardoor medewerkers bijvoorbeeld administratie kunnen wegwerken. 
Francine ziet dat de investering vooral aan het begin zit. “In het begin is het investeren. Inmiddels hoeven de vrijwilligers niks meer te vragen.” Ze zijn vertrouwde gezichten geworden.

Van vrijwilliger naar vertrouwd gezicht

Marijke is daar een mooi voorbeeld van. Ze is inmiddels zo’n vijf jaar vrijwilliger op deze locatie. Ze woont in de wijk en werd via het buurthuis gevraagd om mee te helpen. “Inmiddels doe ik één keer per twee weken een spelletjesavond. Ze vinden het heel gezellig en zijn blij dat ik er ben,” vertelt ze. “Ook kom ik bakken en daar genieten ze van.”

Maar niet alleen bewoners krijgen er iets voor terug. “Ik geniet er zelf ook van. Het zijn mijn energiemomentjes.” Ook buiten de locatie komt ze bewoners tegen. “Ik kom ze regelmatig tegen en dan maken we even een praatje. Dan krijg ik ook een blij gezicht.” 

Dat heeft er nu zelfs toe geleidt dat ze op een Eemhart-locatie gaat proefdraaien om mogelijk de overstap naar de zorg te maken. Haar advies aan mensen die twijfelen om vrijwilliger te worden is dan ook: “Kom een keer kijken en maak het een keer mee. Hoeveel plezier mensen ervan hebben en wat het je zelf ook geeft.”

Het hoeft niet groot te zijn

Het advies van de Prinses Margrietstraat aan anderen is eenvoudig. Begin met twee of drie mensen in je team die het leuk vinden om activiteiten en contacten op te pakken. Kijk wat er al in de buurt is: een buurthuis, supermarkt, vereniging of bedrijf. En kijk eens naar de mogelijkheden via de vrijwilligerscentrale of NLdoet. Ook de projectgroep ‘Samen Zorgen voor een krachtig netwerk’ kan hierbij helpen. Maar vooral: begin bij de bewoners. 

“Wat kan er al wel?” zegt Martha. “Buurthuis, supermarkten, oproepjes doen. Houd het klein en dichtbij.” Dat is het idee van een krachtig netwerk: niet alles zelf willen doen, maar kijken wie je kunt betrekken. Een vrijwilliger die een vertrouwd gezicht wordt. Een medewerker die ruimte krijgt voor andere taken. Een bewoner die ineens meedoet. Martha vat het mooi samen: “Het kost als je het goed doet even tijd om te investeren, maar het levert uiteindelijk zoveel meer op. Voor ons als team, omdat ze meedenken. En voor de bewoners, omdat de mensen die bij ons komen vaste gezichten worden.”