We hebben veel aandacht voor het opvullen van de personeelstekorten in de zorg. En voor de komende en vertrekkende medewerkers. Maar het personeelsvraagstuk heeft ook gevolgen voor ons vaste personeel. Daar moeten we ook aandacht voor hebben.
Vaste medewerkers hebben veel kennis over de zorg voor cliënten. Ze worden vaak geconfronteerd met nieuwe (tijdelijke) collega’s (uitzendkracht, ZZP’er of flex-medewerkers). Het werk wordt er daarmee niet makkelijker op.
Dit is een locatie voor kinderen die complex medische ondersteuning nodig hebben. De grote hoeveelheid wisselingen brengt dan ook een risico met zich mee. Voor mij als vaste medewerker geeft dat best druk. Het is pittig. Als je lang met dezelfde mensen werkt, dan kan je ze inwerken. Ik moet tijdens mijn dienst mijn eigen medicatie, sondevoeding, et cetera geven. En daarnaast moet ik mijn collega in de gaten houden of die zijn werk wel goed doet.
Begeleider, Jeugd en Gezin
Werken met invalkrachten vraagt van de vaste medewerker om alert te zijn en overzicht te behouden. Dit is zwaar om alleen te dragen, en niet te kunnen overleggen met een collega.
Ik werk zelf altijd wel makkelijk met uitzendkrachten. Ik hou het overzicht en stuur aan. Het sparren met vaste collega’s als je iets signaleert mis ik wel. Invallers hebben gewoon te weinig kennis van de bewoners. Het vraagt heel veel om het totaaloverzicht constant te hebben: een bepaald denkniveau. Die draaglast kunnen delen met je collega maakt de werkdruk minder zwaar. We zien elkaar alleen in teamvergaderingen, verder weinig.
Begeleider, LVB
Daarnaast moeten vaste medewerkers erg flexibel zijn. Je weet elke dienst opnieuw niet met wie je samen gaat werken en hoe deze persoon functioneert.
Het is instabiel. Er zijn uitzendkrachten die binnenkomen en die een half woord nodig hebben en precies doen wat ze moeten doen. En er zijn er die helemaal niet geschikt blijken om op deze locatie te werken. Het lastige is dat je dat iedere keer opnieuw moet ontdekken. Dat geeft onrust.
Begeleider, Jeugd & Gezin
Laatst vroeg iemand netjes of hij een sigaretje mocht roken. Dat verbaasde me. Dat zegt natuurlijk ook veel, dat het me verbaast. De meesten doen het gewoon.