In onze vorige blog schreven we hoe we zien dat plannen steeds meer worden omgezet in doen. Op steeds meer plekken in de organisatie krijgt de beweging richting 1 oktober zichtbaar vorm. Ons doel is om vanaf dan in de directe zorg alleen te werken met medewerkers die in dienst zijn bij Eemhart. We merken dat die beweging ook nieuwe vragen oproept. Dat begrijpen we heel goed. Want hoe dichter we bij 1 oktober komen, hoe meer de verandering voelbaar wordt in de dagelijkse praktijk.
De afgelopen maanden voerden we veel gesprekken over deze keuze. We horen enthousiasme, hoop, opluchting, maar ook zorgen en vragen. Want als een verandering zoveel invloed heeft op bewoners, deelnemers, verwanten, collega's, vrijwilligers en externe collega's, wil je graag weten wat dat betekent.
Het roept vragen op als: Gaat dit echt leiden tot meer vaste gezichten? Kunnen we de zorg goed blijven organiseren? Wordt de werkdruk niet te hoog? En wat gebeurt er als dingen anders lopen dan verwacht? Dat zijn belangrijke vragen. En ze verdienen een eerlijk antwoord.
Sommige vraagstukken zijn anders dan andere
De vragen die we horen zijn heel begrijpelijk. En natuurlijk zouden we het liefst op al die vragen een duidelijk antwoord geven. Tegelijk realiseren we ons ook dat niet iedere verandering zich volledig laat voorspellen. Sommige vraagstukken zijn nu eenmaal anders dan andere.
Werkt een printer niet? Dan zoek je de oorzaak, los je het probleem op en daarna werkt het weer. Ook ingewikkelde vraagstukken, zoals een ICT-storing of het ontwerpen van een nieuw gebouw, zijn vaak goed te analyseren. Met de juiste kennis, onderzoek en een goed plan kom je dan meestal een heel eind.
Er zijn ook vraagstukken die anders zijn. Vraagstukken waarbij mensen, gewoonten, overtuigingen, verwachtingen en relaties voortdurend op elkaar reageren. Daar is niet één oorzaak aan te wijzen. En ook niet één oplossing. Daar liggen niet alle antwoorden vooraf vast.
Het besluit om te werken met uitsluitend mensen die bij ons in dienst zijn is zo’n vraagstuk. Niet omdat de keuze zelf onduidelijk is.
We weten heel goed waarom we deze stap zetten. We nemen de concrete signalen over misstanden in de zorg hoog op. We willen er zeker van zijn dat de mensen die bij ons in de zorg werken op geen enkele wijze daarmee in verband gebracht kunnen worden. We kiezen bewust voor meer continuïteit voor cliënten. Voor vaste teams. Voor vakmanschap, vertrouwen en verbondenheid. Dat doel staat voor ons vast.
Maar hoe deze verandering zich precies ontwikkelt, dat weten we niet allemaal vooraf.
En dat is niet erg. Dat hoort erbij. Deze verandering gaat vooral over mensen. Over samenwerking. Over verwachtingen. Over vertrouwen. Daarin reageert iedereen anders en is geen situatie hetzelfde.
Eerst doen, dan leren
Dat vraagt ook iets van de manier waarop wij deze verandering organiseren. We zien dat we niet vooraf kunnen voorspellen wat er gebeurt als we iets doen. Daarom kiezen we ervoor om steeds opnieuw te kijken naar wat er in de praktijk gebeurt. We zetten een stap, kijken wat die stap oplevert, luisteren naar de ervaringen van collega's, bewoners, deelnemers en verwanten en sturen bij waar dat nodig is.
Dat is geen teken van twijfel. Integendeel. Het laat zien dat we serieus omgaan met de werkelijkheid waarin we werken en dat we weten hoe ingewikkeld menselijke systemen zijn. Goede zorg ontstaat immers niet door beleid of door processen. Het ontstaat iedere dag opnieuw in de samenwerking tussen bewoners, deelnemers, verwanten, medewerkers, behandelaren, vrijwilligers en leidinggevenden. Met elkaar vormen we een levend systeem dat steeds in beweging is.
Onderweg stellen we onszelf daarom steeds opnieuw drie eenvoudige vragen.
- What?
Wat zien we gebeuren? Welke ontwikkelingen vallen op? Waar ontstaan mooie resultaten? Waar lopen mensen tegenaan? - So what?
Wat betekent dat? Welke kansen zien we? Welke risico's vragen aandacht? Waar zit energie? Wat helpt mensen verder? - Now what?
Wat doen we vervolgens? Welke volgende stap is verstandig? Wat willen we versterken? Wat moeten we bijsturen?
Deze vragen helpen ons om niet pas achteraf terug te kijken, maar juist tijdens de verandering te blijven leren.
Dat zien we inmiddels ook gebeuren. Vanuit de hele organisatie worden ideeën aangedragen. Resultaatteams werken aan concrete verbeteringen. Teams delen ervaringen met elkaar. Sommige oplossingen blijken beter te werken dan vooraf gedacht, andere vragen juist om een andere aanpak. Dat is de kracht van samen doen en leren terwijl we onderweg zijn.
Samen vooruit
Natuurlijk begrijpen we de behoefte aan zekerheid. Die voelen wij zelf ook. Bij een verandering als deze bestaan garanties niet. Wat we wél kunnen doen, is heel goed kijken, luisteren en leren. Bijsturen als dat nodig is. Blijven kijken naar wat er wél kan.
En wat we wél kunnen zeggen, is dat we steeds opnieuw kiezen voor wat op de lange termijn het beste is voor bewoners, deelnemers, medewerkers en de organisatie. Niet omdat we alles vooraf weten. Maar omdat we samen bereid zijn om te blijven leren.
Voor ons betekent goed bestuur niet dat we alle antwoorden vooraf hebben. Wel dat we een duidelijke richting kiezen, goed kijken naar wat er gebeurt en bereid zijn om samen te leren en in beweging blijven. Dat is precies wat we ook de komende periode zullen blijven doen. Niet omdat de koers verandert, maar juist omdat het doel voor ons zo belangrijk is.