Niet beheersen, maar begrijpen

Triple-C in de praktijk: 3 voorbeelden

Datum
Categorieën
Triple-C

Triple-C in de praktijk

Joeri Wiegers en Rik Kreuger werken allebei als coördinerend begeleider (cb’er) bij Eemhart. Joeri begeleidt al drieënhalf jaar een groep jongeren op Juno. Juno is een locatie speciaal voor tieners met een ernstig verstandelijke beperking op Nieuwenoord. Rik werkt sinds 2017 bij Isengardlaan 3 en sinds het integraal werken ook met dagbesteding Nova met jongvolwassenen met EVB(+) binnen hetzelfde gebouw. Ze werken met mensen met uiteenlopende ondersteuningsvragen, onder andere rond communicatie, spanning en moeilijk verstaanbaar gedrag. Hun ervaringen laten zien dat Triple-C geen los kunstje is, maar een manier van kijken en werken die helpt om beter aan te sluiten bij wat iemand nodig heeft. Beiden volgden recent de Triple-C-training en ze leggen met voorbeelden uit hoe Triple-C er bij hen concreet uitziet in de dagelijkse begeleiding.

Door de Triple-C training weten ze elkaar beter te vinden en hierdoor hebben ze ook een aantal ruimtes in het gebouw een andere bestemming gegeven. De ruimtes die voorheen voor één cliënt waren, zijn nu beschikbaar voor meerdere cliënten: er is een kleine sportruimte gecreëerd en een ruimte voor afzondering en ontspanning. 

Van beheersen naar begrijpen

De kern van Triple-C is volgens hen duidelijk: kijk niet als eerste naar het gedrag dat je lastig vindt en grijp niet direct in om de situatie onder controle te krijgen, maar vraag wat er achter het gedrag zit. 

Dat vraagt van begeleiders dat zij vertragen, observeren en durven loslaten wat eerder vanzelfsprekend leek. Waar vroeger sneller werd gestuurd op beheersen en corrigeren, ligt de nadruk nu meer op nabij blijven, het samen doen en betekenis geven. “Kijk wat de cliënt wel kan, in plaats van focussen op hetgeen wat hij niet kan,” zegt Rik hierover. Dat verschil merk je niet alleen in de begeleiding, maar ook in de sfeer op de groep en in de ontwikkeling van cliënten.

Voor Rik is die omslag geen plotselinge verandering, maar het resultaat van een proces van jaren: “De eerste jaren hier werkten we vanuit controle. Als J. escaleerde, gingen we met z’n vijven fixeren. Twee bij de armen, één bij het hoofd, twee op de benen. Je zorgt wel voor beheersing, maar elke fixatie is eigenlijk een stukje trauma dat je het kind geeft. Door de weerbaarheidstraining en wat we daar leerden, is de groep stap voor stap afgestapt van fixeren. Dat vroeg iets van het hele team. Als je al jaren zo werkt, handel je vanuit stress automatisch op de bekende manier.”

Voorbeeld 1: Hij zocht in kastjes, wij naar de behoefte

Een van de cliënten op Joeri’s groep is dol op zware boeken. Hij stapelt ze in een kartonnen doos, kiept de doos om, legt ze weer op schoot. Daar kan hij de hele dag mee bezig zijn. Hij kauwt er ook op, waardoor de boeken na verloop van tijd letterlijk slinken. Toen de stapel te klein werd, begon hij alle kasten open te trekken.

Vroeger zou de reactie zijn geweest: ‘stop daarmee, je mag niet in de kasten’. Maar Joeri en zijn collega’s dachten nu anders.

Joeri: “Hij was gewoon op zoek naar nieuwe boeken. Als ik wat zoek en ik krijg geen antwoord, ga ik ook zelf zoeken. Alleen omdat deze tieners hier zitten, denken we al snel: jij mag niet zomaar in een kastje. Op een gegeven moment wordt het wel vervelend als hij ook keukenladers eruit trekt. Maar hij had gewoon een behoefte.”

Het team ging met hem naar de kringloop bij Eemeroord. Voor € 15 kwamen ze terug met een hele stapel nieuwe boeken. De cliënt kan niet praten, maar zijn reactie was onmiskenbaar.

“Er zit vrij weinig emotie in zijn gezicht, maar je kon aan zijn ogen zien dat hij een geweldige dag heeft gehad. Hij kon de hele dag sorteren van zijn nieuwe boeken: van klein naar groot, op kleur, in die doos. Dat is de essentie: twee jaar geleden zouden we alleen maar blijven hangen in ‘jij mag die kastjes niet opentrekken’. “

Voorbeeld 2: Meer rust met één kleine aanpassing

Cliënt M. heeft klassieke autisme en werkt met een dagprogramma via picto’s. Elke woensdag komt zijn moeder op bezoek of neemt ze hem mee. Dat wekelijkse bezoek had grote impact: vanaf maandag was M. al gespannen. Hij vroeg continu bevestiging aan iedereen: komt mama woensdag? Soms kon hij helemaal geen activiteit meer aangaan.

Rik: “Het team overlegde met gedragsdeskundige Alessandro en de moeder van M.. Daaruit kwam het idee: maak van een dagprogramma een weekprogramma met een picto voor het bezoek van mama op woensdag.” 

Alessandro zei: "waarom laten we het pictobord niet gewoon open? Als hij een picto verandert, heeft hij een hulpvraag: hij wil iets anders laten zien. Waarom zou het nog op slot moeten?”

Het weekschema werd opgehangen en het slot verdween. M. begon picto’s te verschuiven. Hij pakt de picto van de activiteit die hij gaat doen en neemt deze dan mee. Voor M. is het nu duidelijker en er is veel minder spanning voor de woensdag. 

“Vroeger vroeg hij het elke keer, soms heel hard en continu. Hij bleef schreeuwen en soms kon hij ook geen activiteit aan. Nu ziet hij het altijd. Woensdag komt mama of ik ga met de auto weg. Hij hoeft het niet meer aan ons te vragen, want hij ziet het continu.”

Voorbeeld 3: Wandelen met een doel

Rik: “V. loopt normaal gesproken mee met de groepswandeling. Maar hij zit in een periode van medicatiewisselingen en heeft het daardoor zwaarder dan gebruikelijk. Toch staat op het programma: wandelen in de groep.

Dan is het belangrijk om met de Triple-C- blik te kijken en te denken: wat heeft hij nu nodig? Niet wat het programma zegt, maar wat hij op dit moment aankan.

“Wat heeft hij nodig: in de groep wandelen met een groepsgenoot die in zijn nek loopt te schreeuwen, wat hij helemaal niet aankan? Of heeft hij juist nodig dat hij op zo’n moment even een-op-een meegaat? En morgen probeer je het weer in de groep. Maar soms wordt er zo vastgehouden aan wat wij denken dat ze nodig hebben. 

Het vasthouden aan het vaste schema werkt averechts. Maar een cliënt die niet wil wandelen, maar wel bereid is een brief naar het hoofdgebouw te brengen, loopt ineens met plezier de deur uit. 

Hij wil belangrijk gevonden worden, iets zinvols doen. Een brief wegbrengen is zinvol voor hem. Wandelen in een groep betekent voor hem: die schreeuwende  jongen loopt weer naast me. Die werking van kijken waar je iemand in zijn kracht zet, dat levert steeds meer op.”

Van afvinken naar aansluiten: een andere kijk op begeleiding

Triple-C vraagt om een andere mindset. Niet het dagprogramma als afvinklijst, maar het dagprogramma als kader waarbinnen je blijft kijken naar de cliënt. Rik geeft aan: “Een dagprogramma is belangrijk, maar wat nog belangrijker is, is het volgen van het ritme van de client zelf.” Joeri vult aan: “Kijk minder naar de structuur en regeltjes en meer naar ‘ wat heeft iemand nodig? ’” 

Tegelijk benadrukken Joeri en Rik dat Triple-C geen revolutie is, maar een verlenging van wat de groep al jaren opbouwt via Spoor A en Vanvendeloo. De training geeft een naam aan wat al gebeurde. “We doen al heel veel goed. Maar wat kan er dan nog beter? In plaats van: we doen het niet goed en we krijgen weer een ander pakket. Het is een stukje Vanvendeloo, een stukje Triple-C. Het bouwt voort op waar we al mee bezig zijn.”

In hun bescheidenheid vinden Joeri en Rik het lastig om adviezen te geven aan collega’s, want ze willen niet overkomen als degenen die het nu allemaal weten. Maar ze zijn helder: 

“Kijk naar wat de cliënt wel kan, in plaats van focussen op wat het dossier zegt dat hij niet kan. Deel je succesverhalen met collega’s, ook van andere groepen. Stel de waaromvraag als je iets ziet wat je niet begrijpt. Dat geeft een heel andere werksfeer dan iets opleggen.”

“Praktisch: zorg dat alle medewerkers, ook zzp’ers en nieuwe leerlingen, de theorie van Triple-C meekrijgen. Niet als cursus die je afvinkt, maar als basis die helpt begrijpen waarom je doet wat je doet. Een e-learning bij de introductie, een presentatie van de gedragsdeskundige of een collega die zijn ervaringen deelt; het maakt het verschil.” 

“Wees nieuwsgierig naar andere aanpakken en blijf jezelf steeds afvragen wat een cliënt op dat moment nodig heeft. Juist in die kleine dagelijkse keuzes komt Triple-C tot leven.”